ECLI:NL:RBMNE:2023:5746
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens niet opleggen loonsanctie door UWV
Verzoeker heeft schadevergoeding gevorderd wegens het ten onrechte niet opleggen van een loonsanctie aan zijn ex-werkgever door het UWV. Hij stelde materiële schade van €32.899,08 en immateriële schade te hebben geleden. Het UWV kende een schadevergoeding van €5.330,43 toe, gebaseerd op het verschil tussen het netto-loon en de ontvangen WIA-uitkering.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht het schadebedrag vaststelde op basis van loonstroken en WIA-betaalspecificaties. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij recht had op 100% loondoorbetaling of dat hij meer schade heeft geleden dan het toegekende bedrag. Voor immateriële schade is onvoldoende onderbouwing geleverd van ernstig psychisch letsel.
De rechtbank benadrukt dat alleen schade door het niet opleggen van de loonsanctie wordt beoordeeld, niet de schade door de WIA-uitkering zelf. Het verzoek tot een hogere schadevergoeding en vergoeding van proceskosten wordt afgewezen. Verzoeker krijgt geen griffierecht terug en ook geen reiskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding boven €5.330,43 wordt afgewezen.