ECLI:NL:RBMNE:2023:567
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging en verlenging tijdelijk huisverbod ter bescherming minderjarige
De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft op 10 januari 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over het opleggen en verlengen van een tijdelijk huisverbod aan de vader van een minderjarig kind. Het huisverbod werd opgelegd door de burgemeester van Utrecht op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van het kind, dat melding had gemaakt van mishandeling.
De vader voerde aan dat er geen sprake was van ernstige mishandeling en dat het huis- en contactverbod geen redelijk doel diende, met name voor zijn echtgenote en andere kinderen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het risicotaxatie-instrument en het proces-verbaal voldoende aanwijzingen bevatten voor een ernstig vermoeden van gevaar. Ook al had het kind zijn eerdere verklaring ingetrokken, bleef de situatie ernstig genoeg om het huisverbod te handhaven.
De verlenging van het huisverbod werd eveneens gerechtvaardigd omdat er nog geen reële aanvang met hulpverlening was gemaakt en er geen veiligheidsafspraken waren gemaakt. De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van de veiligheid van het kind zwaarder woog dan het belang van de vader en andere gezinsleden om contact te hebben. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen en verlengen van het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.