Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Het geschil
De beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Beslissing
15 februari 2023.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser verzocht het UWV om terug te komen op een besluit uit 2016 waarin zijn aanvraag om een arbeidsongeschiktheidsuitkering werd afgewezen. Hij stelde dat op grond van een deskundigenrapport uit 2016 en het UWV-beleid over herstel van fouten het besluit herzien moest worden. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toepaste en dat het deskundigenrapport en de aangehaalde beleidsinstructies geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden. De rechtbank volgde het UWV ook in de uitleg dat een wijziging van de bevoegdheidsoverweging in het bestreden besluit een overbodige overweging was en niet relevant voor de beslissing.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet evident onredelijk was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek tot vergoeding van proceskosten en schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn niet was overschreden.
De uitspraak bevestigt dat terugkomen op een in rechte vaststaand besluit alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden en dat beleidsinstructies niet zonder meer als zodanig gelden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het UWV terecht het verzoek tot terugkomen op het besluit heeft afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.