ECLI:NL:RBMNE:2023:2565
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde winkelpand met toepassing huurwaardekapitalisatiemethode ongegrond
Eiseres, gebruiker en eigenaar van een winkelpand, stelt dat de vastgestelde WOZ-waarde per 1 januari 2020 te hoog is en vordert een lagere waarde van €699.000,-. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode, onderbouwd met een taxatierapport en vergelijkbare markttransacties.
De rechtbank oordeelt dat de door verweerder gehanteerde brutohuurwaarde en kapitalisatiefactor marktconform zijn en dat eiseres onvoldoende onderbouwing levert om de vastgestelde waarde te verlagen. Beroepsgronden die laat zijn ingebracht, zoals het ontbreken van de huurovereenkomst en het niet indexeren van verkoopcijfers, worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Verder wijst de rechtbank het beroep af en kent een immateriële schadevergoeding toe van €50,- vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met circa drie maanden, waarbij de heffingsambtenaar en de Staat ieder een deel van de schadevergoeding betalen. Verzoeken om proceskostenvergoeding worden afgewezen.
De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de WOZ-waarde en benadrukt het belang van tijdige en volledige beroepsgronden in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en een beperkte immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.