ECLI:NL:RBMNE:2023:1000
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres betwistte de vastgestelde WOZ-waarden van meerdere onroerende zaken per 1 januari 2019, waarbij zij aanvankelijk lagere waarden voor woningen en niet-woningen vorderde. Tijdens de procedure wijzigde eiseres haar standpunt voor de woningen naar een hogere waarde, wat de rechtbank niet toelaat wegens schending van de goede procesorde en het ontbreken van procesbelang, waardoor het beroep voor woningen niet-ontvankelijk werd verklaard.
Voor de niet-woningen, waaronder een villa en winkelruimten, heeft de heffingsambtenaar de waarden onderbouwd met taxatiematrixen, huurwaardekapitalisatiemethode, en vergelijkbare referentieobjecten. De rechtbank vond de gehanteerde methoden en onderbouwing voldoende en verklaarde het beroep ongegrond.
Daarnaast heeft eiseres een verzoek ingediend voor immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van bezwaar en beroep. De rechtbank constateerde een overschrijding van circa tien maanden en kende een vergoeding van €50 per half jaar toe, in totaal €100, te verdelen tussen de heffingsambtenaar en de Staat.
De rechtbank wees het verzoek tot verhoging van de schadevergoeding af, evenals het verzoek tot vergoeding van proceskosten, omdat de werkzaamheden voor het schadeverzoek minimaal waren. Het griffierecht wordt niet vergoed omdat het beroep niet-ontvankelijk dan wel ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Beroep tegen woningen niet-ontvankelijk, beroep tegen niet-woningen ongegrond, immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.