Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. S.G. Blasweiler)
de korpschef van politie, de korpschef
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Wijze van inzage
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de korpschef van politie waarin hij inzage kreeg in zijn persoonsgegevens in de politieregisters. Eiser was ontevreden over de wijze van inzage, met name over de beperkte tijd en het verbod om stukken letterlijk over te schrijven. Tevens maakte hij bezwaar tegen het zwartlakken van bepaalde passages.
De rechtbank oordeelt dat de korpschef de inzageprocedure naar redelijkheid heeft ingericht. De korpschef mag bepalen dat eiser alleen aantekeningen mag maken en geen kopieën ontvangt, conform artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens. De beperking van de inzagetijd tot een dagdeel is eveneens redelijk en in lijn met vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank wijst de argumenten van eiser af dat de tijdsgeest of het ontbreken van misbruik aanleiding geven tot een andere beoordeling. Ten aanzien van het zwartlakken overweegt de rechtbank dat dit onderwerp niet in het bestreden besluit is meegenomen en dat eiser daartegen op het moment van inzage rechtsmiddelen kan aanwenden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de korpschef hoeft de wijze van inzage niet te wijzigen, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Elzakkers en griffier Bressers op 9 november 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de wijze van inzage in zijn persoonsgegevens wordt ongegrond verklaard.