ECLI:NL:RBMNE:2022:4023
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser ontving een WOZ-aanslag voor zijn woning in Utrecht met een waarde van €440.000 per 1 januari 2020. Hij betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €428.000 voor. De heffingsambtenaar handhaafde de vastgestelde waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde omgeving.
Eiser voerde meerdere bezwaren aan, waaronder het ontbreken van inzicht in de indexeringsgegevens, de onderhoudstoestand van de woning, en de ligging nabij een speeltuin. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet verplicht was alle onderliggende indexeringsgegevens te verstrekken, maar dat dit geen gevolgen had voor het oordeel omdat het verschil in indexeringspercentages klein was en de waarde ook zonder indexering niet te hoog bleek.
Verder vond de rechtbank dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de correctiepercentages en dat de stellingen over onderhoud en ligging onvoldoende waren onderbouwd. De taxateur had toegelicht dat de ligging nabij een speeltuin geen waardedrukkend effect had. De rechtbank concludeerde dat de waarde van de woning niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.