ECLI:NL:RBMNE:2022:3940
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Eemnes
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Eemnes voor het belastingjaar 2021, met waardepeildatum 1 januari 2020. De waarde was vastgesteld op €799.000,--, gebaseerd op de aankoopprijs van €835.000,-- die eiser kort na de waardepeildatum betaalde, geïndexeerd naar de peildatum.
Eiser voerde aan dat hij te veel had betaald vanwege dringende omstandigheden, waardoor de aankoopprijs niet marktconform zou zijn. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden deel uitmaken van normale prijsonderhandelingen en geen bijzondere omstandigheden vormen die de marktwaarde beïnvloeden. Ook het feit dat een andere woning langere tijd te koop stond voor hetzelfde bedrag, werd niet als relevant beschouwd.
De rechtbank benadrukte dat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw moet worden vastgesteld op basis van de eigen aankoopprijs of vergelijkbare verkopen rond de peildatum, en dat eerdere WOZ-waarden of die van andere woningen niet als maatstaf mogen dienen. Gezien deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €799.000,-- wordt ongegrond verklaard.