ECLI:NL:RBMNE:2022:3496
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde crematorium met geschatte levensduur en onderhoud
De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde van het crematorium vastgesteld op €1.369.000, welke werd gehandhaafd na bezwaar. Eiseres betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €1.141.000 voor. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de levensduurverlenging van het crematorium gerechtvaardigd was, omdat het voortdurende gebruik en het onderhoud niet voldoende bewijs vormden voor een bouwkundige verbetering.
De rechtbank constateerde dat de oorspronkelijk ingeschatte levensduur was verstreken en dat normaal onderhoud al was meegenomen in de waardering. De waarde van eiseres was onvoldoende onderbouwd. Daarom stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €1.250.000 en bepaalde dat de aanslag onroerendezaakbelastingen overeenkomstig moest worden verminderd.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor bezwaar en beroep was overschreden met vijf maanden, waardoor eiseres recht had op een immateriële schadevergoeding van €500. Ook werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak verving de eerdere uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank stelt de WOZ-waarde van het crematorium vast op €1.250.000 en veroordeelt de heffingsambtenaar tot schadevergoeding en proceskosten.