ECLI:NL:RBMNE:2022:3273
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Herstel arbeidsovereenkomst na onrechtmatig bedrijfseconomisch ontslag met toepassing afspiegelingsbeginsel
Verzoeker was sinds 2000 in dienst bij verweerster en werd op 1 februari 2022 ontslagen na toestemming van het UWV wegens bedrijfseconomische redenen. Verzoeker stelde dat de ontslagregels onjuist waren toegepast omdat zijn functie uitwisselbaar was met die van een collega, waardoor het afspiegelingsbeginsel niet juist was toegepast en hij onterecht werd ontslagen.
De kantonrechter oordeelde dat de functies van verzoeker en zijn collega inderdaad uitwisselbaar waren, waardoor het ontslag onrechtmatig was. Verzoeker kreeg primair herstel van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 februari 2022 toegewezen. Verweerster moest verzoeker salaris en emolumenten vanaf die datum betalen, evenals provisie over de periode januari 2021 tot en met december 2021.
Het tegenverzoek van verweerster tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding en andere redelijke gronden werd afgewezen. De kantonrechter veroordeelde verweerster tot betaling van proceskosten en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt hersteld met ingang van 1 februari 2022 en werkgever wordt veroordeeld tot betaling van salaris, provisie en proceskosten; het tegenverzoek tot ontbinding wordt afgewezen.