Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- 13 en 14 juli 2020 (pro forma);
- 4 maart 2021 (regie);
- 13, 14, 15, 21, 26 en 28 april 2022 (inhoudelijke behandeling);
- 7 juli 2022 (sluiting onderzoek).
- de vader van slachtoffer [slachtoffer 1] , getuige [getuige 1] , slachtoffer 33;
- de moeder van slachtoffer [slachtoffer 1] , slachtoffer 35;
- de broer van slachtoffer [slachtoffer 1] , slachtoffer 36;
- de zus van slachtoffer [slachtoffer 1] , slachtoffer 37;
- de zus van slachtoffer [slachtoffer 1] , slachtoffer 39;
- de broer van slachtoffer [slachtoffer 1] , slachtoffer 40.
2.INLEIDING CHARON II
3.TENLASTELEGGING
4.VOORVRAGEN
Verkeersgegevens hebben geen betrekking op de inhoud van hetgeen geheimhouder en cliënt uitwisselen. Zij geven hooguit inzicht in de contacten die er geweest zijn tussen geheimhouder en cliënt, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval kan zijn bij de bevoegdheid tot stelselmatige observatie. Bij de bevoegdheid tot stelselmatige observatie (en ander bevoegdheden) is niet voorzien in bijzondere waarborgen voor geheimhouders. Ook de huidige regeling van de bevoegdheid tot het vorderen van verkeersgegevens (artikel 126n en 126u van het Wetboek van Strafvordering) kent geen bijzondere waarborgen”.
De NOvA wijst erop dat de bevoegdheid tot het vorderen van verkeersgegevens ook kan worden toegepast jegens advocaten en andere professionele geheimhouders en meent dat een (verdere) uitholling van het beroepsgeheim het gevolg is. Volgens de NOvA klemt dit temeer nu geen regeling is getroffen voor de vernietiging van verkeersgegevens die betrekking hebben op de communicatie met advocaten, omdat artikel 126aa, tweede lid, alleen spreekt over mededelingen door of aan professionele geheimhouders. (…)”
5.VRIJSPRAAK
- Op 12 januari 2017 is [slachtoffer 2] geliquideerd. Dit was een zogenaamde vergismoord, omdat het beoogde doelwit een andere persoon was. Verdachte en [medeverdachte 4] waren de schutters van deze liquidatie, het slachtoffer in onderhavige zaak was de bestuurder van de auto.
- Op 13 januari 2017 hebben onder meer verdachte, [medeverdachte 4] en het slachtoffer in onderhavige zaak voorbereidingen getroffen om het beoogde doelwit [slachtoffer 3] alsnog te vermoorden. Het slachtoffer in de onderhavige zaak is daarbij weggelopen, omdat hij niet meer mee wilde doen.
- Op 20 januari 2017 heeft het slachtoffer in de onderhavige zaak aan in ieder geval zijn vader verteld dat hij samen met verdachte en [medeverdachte 4] betrokken was bij de liquidatie van [slachtoffer 2] .
- Op 25 januari 2017 heeft [medeverdachte 1] contact gezocht met [medeverdachte 2] . De rechtbank heeft geconcludeerd dat hij [medeverdachte 2] toen heeft gevraagd om zijn zoon, [medeverdachte 4] , te beschermen.
- Op 26 januari 2017 heeft een ontmoeting plaatsgevonden tussen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] .
- Op 27 januari 2017 heeft weer een ontmoeting plaatsgevonden tussen (in ieder geval) [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] .
- Op 28 januari 2017 zijn verdachte en [medeverdachte 4] bezig geweest met een zoektocht naar het slachtoffer, waarvan [medeverdachte 2] op de hoogte werd gehouden. In de avond hebben verdachte en [medeverdachte 4] het slachtoffer gevonden bij zijn vader. Ook die informatie werd doorgegeven aan [medeverdachte 2] . Direct aansluitend heeft [medeverdachte 4] contact opgenomen met [medeverdachte 2] en gevraagd om hem snel te ontmoeten.
- Na het bericht over het vinden van het slachtoffer heeft [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2] gezegd dat hij een afspraak moet maken voor 30 of 31 januari 2017 en dat hij het goed moet regelen.
- Op 29 januari 2017 hebben [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] een ontmoeting gehad in [plaats] . Daarna laat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] weten dat er druk wordt uitgeoefend door de organisatie achter de vergismoord om de represaille uit te voeren. [medeverdachte 2] heeft daarop echter aangegeven nog één dag nodig te hebben.
- Na de ontmoeting tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] heeft op 29 januari 2017 in de middag ook een ontmoeting plaatsgevonden tussen verdachte, [medeverdachte 4] en het slachtoffer in [plaats] . Het slachtoffer is na enkele uren weer naar huis gegaan.
- Op 30 januari 2017 in de middag heeft er weer een ontmoeting plaatsgevonden tussen verdachte, [medeverdachte 4] en het slachtoffer in café [café] in [plaats] . De ontmoeting is begonnen in de middag en is tot de volgende vroege ochtend doorgegaan.
- [medeverdachte 4] is een periode van ongeveer twee uur weggeweest. Hij heeft in die tijdsperiode weer een ontmoeting gehad met [medeverdachte 2] op dezelfde locatie aan de [straat] in [plaats] . Tijdens die ontmoeting heeft [medeverdachte 2] een PGP toestel ontvangen, waarin de contactgegevens van [PGP gebruikersnaam medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) stonden. [medeverdachte 4] is betrokken geweest bij de overdracht van deze PGP en wordt erop aangesproken als [medeverdachte 2] niet reageert op de berichten die hij op die telefoon ontvangt. Een uur later zoekt [medeverdachte 2] contact met [medeverdachte 5] en [C] voor een ontmoeting in [plaats] .
- Tussen verdachte, [medeverdachte 4] en het slachtoffer is op 30 januari 2017 de afspraak gemaakt dat zij elkaar de volgende dag weer zullen ontmoeten.
- Op 31 januari 2017 heeft [medeverdachte 2] ’s nachts zaken geregeld die verband houden met de liquidatie van het slachtoffer met onder meer [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] .
- Het slachtoffer is op 31 januari 2017 opnieuw naar [plaats] gekomen, waar hij verdachte, [verdachte] en een vierde man heeft ontmoet.
- Verdachte, [medeverdachte 4] , de vierde man en het slachtoffer zijn de avond van 31 januari 2017 samen geweest, met een onderbreking tussen 20:00 uur en 21:00 uur. In die periode heeft [medeverdachte 4] zich thuis omgekleed.
- Nadat verdachte, [medeverdachte 4] , de vierde man en het slachtoffer elkaar na 21:00 uur weer hebben ontmoet, zijn zij samen naar het [.] van de [straat] gelopen. Het slachtoffer liep voorop toen zij bij het [.] aankwamen.
- Om 23:00 uur is het slachtoffer op het [.] geliquideerd. De rechtbank heeft geconcludeerd dat [medeverdachte 5] de schutter was en [medeverdachte 7] de bestuurder van de auto.
- Op 1 februari 2017 heeft [medeverdachte 2] [medeverdachte 5] betaald voor de liquidatie van het slachtoffer.
- Aan [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] heeft hij ook geld, te weten € 3.000,-, gegeven in verband met deze liquidatie. [medeverdachte 4] heeft het geld, dat door de organisatie van vermoedelijk [A] is betaald voor de liquidatie van het slachtoffer, aan [medeverdachte 2] gegeven, waarbij hij er eerst zelf nog een bedrag van € 4.500,- vanaf heeft gepakt.
- Op 4 februari 2017 heeft [medeverdachte 6] de auto in brand gestoken die is gebruikt bij deze liquidatie.
- Op 4 februari 2017 hebben [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] met elkaar gesproken over het overnemen van werkzaamheden van [medeverdachte 4] door [medeverdachte 2] , voor door [medeverdachte 2] geboden hulp na het uitvoeren van de geslaagde represaille.
overde verdachte en zijn er ook geen andere aanwijzingen te vinden in de berichtgeving na de liquidatie dat hij daarbij betrokken is geweest. Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte op de hoogte was van de samenwerking tussen [medeverdachte 4] met [medeverdachte 2] . Verdachte was de dagen voor de liquidatie weliswaar veel in de nabijheid van [medeverdachte 4] , maar uit niets blijkt dat er die dagen tussen hen is gesproken over een op handen zijnde liquidatie van het slachtoffer. Er zijn ook geen chats waaruit de conclusie kan worden getrokken dat verdachte daarvan wetenschap had. Ander bewijs voor wetenschap bij verdachte dat de liquidatie zou gaan plaatsvinden, ontbreekt eveneens. Ten slotte wijst de rechtbank erop dat in de verklaringen van de kroongetuige ook geen enkele rol aan verdachte wordt toegedicht.
hemop scherp. Want ze gaan willen doorzagen.” Zoals de verdediging naar voren heeft gebracht, is het opmerkelijk dat als verdachte eveneens betrokken was in het complot er in enkelvoud wordt gesproken. Te meer omdat verdachte eveneens een verklaring bij de politie heeft afgelegd.
6.BENADEELDE PARTIJEN
- eigen risico van € 385,00;
- verhuiskosten bestaande uit aanschaf huishoudelijke middelen van € 750,00, inrichtings- en verhuiskosten van € 5.892,00 en huur aanhanger van € 80,00;
- dubbele lasten bestaande uit huur € 3.001,48 en internet € 170,00;
- huur auto € 350,00;
- telefoonkosten bestaande uit opwaardeerkaarten voor € 80,00 en aanschaf nieuwe telefoon € 55,00;
- beveiligingskosten bestaande uit deursloten € 300,00, computer € 150,00 en buitencamera € 200,00;
- verlies verdiencapaciteit € 1.490,32;
- reiskosten € 130,00 voor bezoek aan het mortuarium, politie, advocaat, psycholoog en andere hulpverleners.
- eigen risico € 137,45;
- medische voorschotten € 200,00;
- kosten hulpverlening € 200,00;
- verlies verdiencapaciteit p.m.
- uitvaartkosten € 847,09;
- uitstrooikosten € 300,00;
- notariskosten € 266,20.
- kosten deskundigen bestaande uit kosten psychotherapeut € 585,00 en kosten psycholoog € 550,00;
- kosten hulpverlening € 5.000,00;
- verlies verdiencapaciteit € 3.148,58;
- studiekosten omscholing € 3.023,82;
- reiskosten € 1.890,62 voor bezoek aan mortuarium, uitvaartcentrum, hulverleners, advocaat en rechtbank;
- parkeerkosten € 51,00;
- eigen risico 2018 € 385,00.
- kosten studievertraging € 16.625,00;
- studieschuld € 1.137,00;
- verlies verdiencapaciteit € 975,00.