ECLI:NL:RBMNE:2022:2465
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar WOZ-waarde woning wegens schending verstrekkingstukken maar rechtsgevolgen blijven in stand
De zaak betreft een beroepsprocedure tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning in [plaats] voor het belastingjaar 2021, vastgesteld op €139.000,-. Eiser betoogde dat verweerder niet voldeed aan de verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken, zoals de taxatiekaart, KOUDV-factoren, grondstaffel en indexering, te verstrekken. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet had voldaan aan artikel 40 Wet Pro WOZ door onvoldoende inzicht te geven in de indexatiecijfers, waardoor een informatieachterstand bij eiser ontstond.
Hoewel verweerder ter zitting toegelicht had dat de taxatiematrix en taxatierapporten de waarde onderbouwden, bleek dat de gehanteerde vergelijkingsmethodiek niet volledig in overeenstemming was met de Wet WOZ. Zo werden referentiewoningen getaxeerd op basis van taxaties en niet uitsluitend op daadwerkelijke verkoopcijfers, en werd de datum van transport als uitgangspunt genomen in plaats van de datum van koopovereenkomst.
Desondanks achtte de rechtbank aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat twee referentiewoningen vergelijkbaar waren en de verschillen in kwaliteit en onderhoud voldoende waren meegewogen. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar wegens schending van artikel 40 Wet Pro WOZ, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.