ECLI:NL:RBMNE:2022:1465
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en indexering van vrijstaande woning te Blaricum
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning te Blaricum voor het belastingjaar 2021. Verweerder had de waarde vastgesteld op €1.569.000,- met als waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde onder meer dat de gehanteerde indexeringspercentages niet inzichtelijk waren gemaakt en dat KOUDV- en liggingsfactoren onvoldoende waren toegelicht.
De rechtbank constateerde dat in de bezwaarfase geen indexeringspercentage was gebruikt, maar dat in het verweerschrift en de taxatiematrix een onderbouwing was gegeven die voldoende inzicht bood in de wijze van indexering. Ook de KOUDV- en liggingsfactoren waren in beroep toegelicht, zodat deze beroepsgronden niet slaagden. Een beroepsgrond over het afnemend grensnut werd te laat ingebracht en bleef buiten beschouwing.
Verder werden bezwaren over ondoelmatigheid van het perceel, parkeeroverlast, gedateerde voorzieningen en de bruikbaarheid van referentieobjecten niet gegrond verklaard. De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende had gemotiveerd en onderbouwd, en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.