ECLI:NL:CRVB:2018:1620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning bijzondere bijstand voor stofferingskosten na verhuizingen
Betrokkene verhuisde na mishandeling naar een gestoffeerde kamer en later naar een ongestoffeerde woning waarvoor bijzondere bijstand voor stofferingskosten werd aangevraagd. Het college wees deze aanvraag af omdat betrokkene volgens hen had kunnen reserveren en er voldoende gestoffeerde kamers beschikbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom betrokkene niet had kunnen reserveren en dat de kosten noodzakelijk waren. Het college faalde in het motiveren van het besluit en moest opnieuw beoordelen.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat er daadwerkelijk gestoffeerde kamers beschikbaar waren in de relevante periode. Ook is vastgesteld dat betrokkene door opeenvolgende verhuizingen slechts beperkt kon reserveren. Hierdoor zijn de stofferingskosten aan te merken als bijzondere omstandigheden.
Het hoger beroep van het college wordt verworpen, de eerdere uitspraken worden bevestigd en het college wordt veroordeeld in de proceskosten. De bijzondere bijstand voor stofferingskosten wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor stofferingskosten wordt toegekend en het hoger beroep van het college wordt afgewezen.