ECLI:NL:RBMNE:2021:5640
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand voor schuld wegens ontbreken zeer dringende redenen
Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor een schuld van €6.000,- die zij niet zelf kan betalen, met het oog op dreigende executoriale verkoop van haar woning. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 13, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet, en verklaarde het bezwaar ongegrond omdat geen zeer dringende redenen in de zin van artikel 49 Pw Pro waren vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat zeer dringende redenen een uitzonderingskarakter hebben en alleen van toepassing zijn als de situatie niet op andere wijze kan worden verholpen. Hoewel eiseres stelde dat de executieverkoop alleen kon worden voorkomen door bijzondere bijstand, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij niet over voldoende middelen beschikt of geen betalingsregeling kan treffen.
Tijdens de zitting verklaarde eiseres dat zij inmiddels een betalingsregeling heeft getroffen en dat een executieverkoop niet heeft plaatsgevonden of is aangezegd. Haar overige betogen over het rechtssysteem werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor schuld wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van zeer dringende redenen.