ECLI:NL:RBMNE:2021:5522
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens voortijdig instellen bij niet volledig volgelopen dwangsom
Eiser had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht waarin hij werd gemaand diverse overtredingen ongedaan te maken onder last van dwangsommen. Na het uitblijven van een beslissing op bezwaar stelde eiser het college in gebreke en startte een beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en legde een dwangsom op voor het niet tijdig beslissen. Omdat het college vervolgens geen beslissing nam, stelde eiser opnieuw beroep in.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat de dwangsom uit de eerdere uitspraak nog niet volledig was volgelopen op het moment van het instellen van dit beroep. Hierdoor kon eiser niet in een gunstigere positie komen door het beroep. De rechtbank volgde hierbij de beleidslijn van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht, gericht op rechtseenheid.
De rechtbank verwierp het argument van eiser dat ook bij een nog lopende dwangsom beroep ontvankelijk moet zijn om een periode zonder prikkel te voorkomen. Ook verwees zij naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin een nieuw feit of een relevante wetswijziging vereist is om een dergelijk beroep inhoudelijk te beoordelen. In deze zaak waren die omstandigheden niet aanwezig.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard omdat de dwangsom nog niet volledig was volgelopen.