ECLI:NL:RBMNE:2021:4829
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering bijstand op grond van Bbz 2004
Eiser ontving in 2018 bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004) en werd door verweerder een bedrag van €4.442,48 teruggevorderd wegens overschrijding van de jaarnorm van het netto-inkomen.
Eiser voerde aan dat het inkomen van zijn partner ten onrechte over het gehele jaar was betrokken bij de berekening en dat het fiscale inkomen in plaats van de bedrijfsadministratie had moeten worden gehanteerd. De rechtbank oordeelde dat het inkomen van de partner over het hele boekjaar terecht is meegenomen conform vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en dat de bedrijfsadministratie het juiste uitgangspunt is voor het netto-inkomen.
Daarnaast stelde eiser dat hij niet was geïnformeerd over het betrekken van het partnerinkomen en dat de terugvordering onredelijk was vanwege zijn betalingsonmacht. De rechtbank verwierp deze stellingen en concludeerde dat de terugvordering niet kennelijk onredelijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.