Eisers hadden bijzondere bijstand aangevraagd voor slijtage- en waskosten, kleding en beddengoed vanwege transpiratieproblemen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eisers niet aannemelijk maakten dat zij hogere kosten hadden dan een gemiddeld gezin van vijf personen, gebaseerd op Nibud-richtlijnen.
Eisers stelden dat hun individuele situatie en draagkracht leidend moeten zijn en dat zij energienota's en waterverbruik hadden overgelegd ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde dat de lagere verbruiksgegevens juist tegen de stelling van meerkosten spreken en dat eisers onvoldoende verifieerbare gegevens hadden aangeleverd.
Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep rust de bewijslast van bijstandbehoevendheid op de aanvrager. De rechtbank concludeerde dat eisers niet aan deze bewijslast hadden voldaan en verklaarde het beroep ongegrond.