Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 juni 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres was van 1985 tot 2002 en vanaf 2005 werkzaam als ambtenaar bij de politie. Sinds 2008 was zij, naast haar werkzaamheden bij de politie, belangenbehartiger voor leden van de [vereniging] ( [vereniging] ). Vanaf 14 december 2010 is eiseres door de politie gedeeltelijk en vanaf juni 2015 volledig vrijgesteld van werk bij de politie ten behoeve van de [vereniging] . Bij de [vereniging] is eiseres aanvankelijk begonnen als belangenbehartiger en daarna op 20 april 2011 is zij benoemd als lid van het hoofdbestuur en tewerkgesteld in de functie van waarnemend secretaris. Vanaf 2013 was eiseres hoofd juridische zaken van de [vereniging] . In die functie was zij onder meer belast met het verdelen van de binnengekomen zaken en het begeleiden van (vrijwillige) belangenbehartigers. Zij verrichtte zelf ook werkzaamheden als belangenbehartiger van leden van de vereniging. Het salaris van eiseres werd gedurende de detachering bij de [vereniging] betaald door de politie. Naast dit salaris ontving zij vergoedingen van de [vereniging] voor onkosten die zij maakte bij de uitvoering van haar werkzaamheden. De detachering bij de [vereniging] is per 1 januari 2017 beëindigd. Door de beëindiging van de detachering kreeg eiseres per 1 januari 2017 de status van herplaatsingskandidaat binnen de politie. Bij besluit van 24 april 2018 is eiseres buiten functie gesteld in verband met vermeende onregelmatigheden in de declaraties van eiseres. Vervolgens is eiseres bij het primaire besluit strafontslag opgelegd, dat bij het bestreden besluit is gehandhaafd.
verstrekte mailboxdump staan. Door verweerder is er geknipt en geplakt in de mailboxdump waardoor er veel mailberichten verloren zijn gegaan.
10.2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan eiseres de ontvangst van een voorschot van
€ 200,- en drie betalingen van € 250,- tegenwerpt. De rechtbank stelt verder vast dat volgens artikel 61 van Pro het Huishoudelijk reglement van de [vereniging] het bekleden van een bestuursfunctie binnen de [vereniging] onbezoldigd is, maar dat jaarlijks door de alv een bedrag kan worden toegekend als onkostenvergoeding. Dit bedrag wordt vastgesteld door de alv. Het hoofdbestuur is slechts bevoegd tot het betalen van een voorschot voor deze onkosten. Niet in geschil is dat een voorstel tot het uitbetalen van een extra vergoeding aan bestuursleden door de alv van de [vereniging] is afgewezen. Ook staat vast dat eiseres hiervan op de hoogte was. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat eiseres wist dat zij geen recht had op een extra vergoeding voor het uitoefenen van een bestuursfunctie van de [vereniging] . Zij was immers gedetacheerd vanuit de nationale politie en haar salaris werd door de nationale politie doorbetaald. Dat de vergoeding werd betaald vanaf een privérekening van [E] maakt het voorgaande niet anders. Uit de stukken blijkt bovendien dat [E] van de [vereniging] een bedrag kreeg uitgekeerd voor inhuur van externen, dat kennelijk niet bedoeld is voor het betalen van vergoedingen aan bestuursleden. Het had daarom op de weg van eiseres gelegen, met name ook in haar hoedanigheid van hoofd juridische zaken, om zich ervan te vergewissen dat zij recht had op deze vergoeding. Dat, zoals eiseres heeft gesteld, andere bestuursleden deze vergoeding ook kregen, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de eigen verantwoordelijkheid van eiseres.