ECLI:NL:RBMNE:2020:1607
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen opschorting, intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving verplichtingen
Eiser ontving bijstand op grond van de Participatiewet, die op 19 februari 2019 werd opgeschort en later ingetrokken vanwege het niet verschijnen op verplichte gesprekken en het niet verstrekken van gevraagde informatie.
Verweerder stelde dat het primaire besluit op correcte wijze was bezorgd via een fietskoerier, wat werd ondersteund door verklaringen en communicatie van eiser die aannemelijk maakten dat hij het besluit heeft ontvangen. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij de brief nooit had ontvangen en dat de hersteltermijn illusoir was.
De rechtbank oordeelde dat de verzending en ontvangst van het besluit voldoende aannemelijk waren gemaakt, mede door handelingen van eiser na de datum van het besluit. Hierdoor was het bezwaar tegen het primaire besluit te laat ingediend en niet-ontvankelijk verklaard.
Verder werd geoordeeld dat eiser verwijtbaar niet is verschenen op de afspraak van 27 februari 2019, ondanks de waarschuwing dat bij niet verschijnen de bijstand zou worden stopgezet. Verweerder mocht daarom de bijstand intrekken. De terugvordering van te veel ontvangen bijstand werd niet inhoudelijk betwist.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de rechtbank wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting, intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.