ECLI:NL:RBMNE:2020:1365
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep jonggehandicapte tegen vaststelling maatmaninkomen Wajong-uitkering
Eiseres, een jonggehandicapte met een masterdiploma orthopedagogiek, heeft een maatmanwissel aangevraagd om haar maatmaninkomen te verhogen voor de Wajong-uitkering. Zij startte als zelfstandige en wilde dat haar maatmaninkomen gebaseerd werd op haar feitelijke zelfstandige inkomsten in plaats van het aanvangssalaris van een orthopedagoog in loondienst. Verweerder stelde het maatmaninkomen vast op basis van het aanvangssalaris, omdat de feitelijke zelfstandige inkomsten nog niet adequaat vastgesteld konden worden.
De rechtbank volgt verweerder en oordeelt dat het maatmaninkomen terecht is vastgesteld op het aanvangssalaris van het beroep waarvoor eiseres is opgeleid. De feitelijke inkomsten als zelfstandige kunnen pas na minimaal drie volledige boekjaren betrouwbaar worden vastgesteld, vanwege variaties in omzet, onkosten en gewerkte uren. De door eiseres aangevoerde uitzonderingssituatie, waarbij het inkomen als zelfstandige zich positief ontwikkelt, is hier niet van toepassing.
Verder oordeelt de rechtbank dat alleen het behaalde masterdiploma relevant is voor de maatmanwissel, niet de aanvullende korte cursussen of registraties. Ook is het niet juist om uit te gaan van de cao Gehandicaptenzorg, aangezien eiseres onder meerdere cao’s kan vallen en de gehanteerde functies en salarisschalen van de arbeidsdeskundige passend zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de jonggehandicapte tegen de vaststelling van het maatmaninkomen wordt ongegrond verklaard.