ECLI:NL:RBMNE:2019:3125
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het verzekeringsrecht voor de Wet langdurige zorg bij terugkeer naar Nederland
Eiseres, die tot 2011 in Nederland woonde en daarna naar Suriname verhuisde, keerde op 27 mei 2018 terug en schreef zich in bij de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) op het adres van haar broer. Verweerder stelde dat zij vanaf 28 mei 2018 tot 10 augustus 2018 niet verzekerd was voor de Wet langdurige zorg (Wlz), omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor ingezetenschap.
De rechtbank toetste of eiseres een duurzame persoonlijke band met Nederland had, zoals vereist door jurisprudentie van de Hoge Raad. Eiseres voerde aan dat haar inschrijving voor een huurwoning en haar intentie om permanent in Nederland te blijven een sterke band vormden. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat inschrijving voor een huurwoning onvoldoende is en dat intentie alleen niet volstaat zonder concrete feiten die een sterke band aantonen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het feit dat eiseres nog steeds in de woning van haar broer verbleef zonder zelfstandige woonruimte en dat haar echtgenoot zich pas later inschreef, duidt op het ontbreken van een duurzame band. Ook het niet volledig en correct ingevulde aanvraagformulier en het ontbreken van medische onderbouwing voor onjuiste antwoorden speelden mee.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de beleidsregels correct had toegepast en dat de culturele achtergrond van eiseres geen doorslaggevende factor is. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij is niet verzekerd voor de Wet langdurige zorg vanaf 28 mei 2018.