ECLI:NL:RBMNE:2018:5043
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering gezinsbijstand wegens schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving sinds 11 februari 2015 gezinsbijstand samen met haar partner. Verweerder trok het recht op bijstand en bijzondere bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde een bedrag van €33.733,07 terug, omdat de partner niet had aangetoond hoe de aankoop van grond en bouw van een woning waren gefinancierd en een bedrag contant was aangetroffen.
Eiseres voerde aan dat zij niet wist van de woning en dat deze was geschonken aan de vader van haar partner voordat zij samen een uitkering ontvingen. De rechtbank oordeelde echter dat bij gezinsbijstand beide partners als een eenheid worden gezien en dat eiseres hoofdelijk aansprakelijk is, ongeacht haar individuele verwijtbaarheid. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij recht had op bijstand als de inlichtingenplicht wel was nageleefd.
Verder stelde eiseres dat er dringende redenen waren om af te zien van terugvordering vanwege haar persoonlijke omstandigheden. De rechtbank vond dat verweerder deze omstandigheden voldoende had betrokken en dat de financiële gevolgen pas optreden bij daadwerkelijke invordering, waarbij eiseres bescherming geniet. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen intrekking en terugvordering van gezinsbijstand is ongegrond verklaard.