ECLI:NL:RBMNE:2018:2563
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. van der Linde
- L.A.C. de Vaan
- A.M. Klijn
- Rechtspraak.nl
Waardering van grond bij zwembad annex fitnessruimte als bebouwde grond
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waardering van een onroerende zaak bestaande uit een zwembad annex fitnessruimte. De heffingsambtenaar stelde de waarde voor het belastingjaar 2017 vast op €3.440.000,-, welke waarde na bezwaar werd gehandhaafd. Eiseres betwistte onder meer de oppervlakte van het object en de classificatie van de grond van het buitenzwembad als bebouwde dan wel onbebouwde grond.
De rechtbank stelt vast dat het zwembad als bouwwerk moet worden aangemerkt, waardoor de grond als bebouwde grond moet worden gewaardeerd. Dit leidt tot een hogere grondwaarde, wat de rechtbank onderschrijft. Verder oordeelt de rechtbank dat de door verweerder gehanteerde prijs voor onbebouwde grond van €8,26 per m² reëel is, gelet op het gemeentelijke gronduitgiftebeleid en de bestemming van de grond.
Eiseres voerde ook aan dat er sprake zou zijn van functionele veroudering en dat een correctie van 10-15% op de waarde gerechtvaardigd zou zijn. De rechtbank vindt dit onvoldoende onderbouwd en wijst dit betoog af. Ook het standpunt dat de onderdelen van het object tot restwaarde moeten worden afgeschreven wordt verworpen, omdat het object normaal functioneert en het gebruik niet op korte termijn zal worden beëindigd.
Geconcludeerd wordt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en het beroep ongegrond is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de WOZ-waarde van €3.440.000,- en verklaart het beroep ongegrond.