Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
essentiële onderdelen van wapens van categorie IIIten laste te leggen. Zij heeft de tenlastelegging derhalve verbeterd gelezen.
5.BEWEZENVERKLARING
essentiële wapenonderdelenvan categorie III
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 47, 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet;
10.BESLISSING
‘Ik’) en verdachte (
‘ [medeverdachte 1] ’) en [medeverdachte 2] (
‘ [medeverdachte 2] ’) houdt onder meer het volgende in:
de rechtbank begrijpt: [verdachte]) geen weet heeft van de daar aangetroffen goederen. Die goederen lagen in de kluis in de garage. [21]
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) bun [C]
[medeverdachte 1] : Dat is toch vreemd? Kijk, en het lullige van het verhaal is, nou heb ik van de week, dees, aankomende week komen er nog drie grepen uit Oostenrijk, maar dat is godverdomme ook die [medeverdachte 3] zijn naam, maar op het adres van iemand anders die ik goed ken.
(…)
[medeverdachte 2] : Je had beter effe mij kunnen bellen man, ik had nog wel een paar adressen gehad hoor
(…)
: Ja jij zegt tegen mij heb je nog een adres, ik stuurde hem meteen door. Kijk, zo heb ik er nog wel drie. [89]
[website]bij [I] . [95]
[website], de voorwerpen opnieuw te verpakken en ze vervolgens naar [medeverdachte 1] te sturen. [medeverdachte 1] zal geld sturen via Western Union. [110] Ook blijkt dat [medeverdachte 1] op 7 oktober 2013 aan [A] het bericht heeft gestuurd dat het pakket niet geregistreerd of verzekerd mag worden verzonden, dat het pakket klein moet blijven en dat er goedkope dingen van de “hardware store” bij moeten. [111] [medeverdachte 1] heeft het bericht gestuurd dat de waarde van het pakket rond de $ 20,- moet liggen, omdat er anders belasting over moet worden betaald. [112] [medeverdachte 1] heeft op 7 oktober 2013 aan [A] de adresgegevens doorgegeven waar het pakket naartoe moet: [medeverdachte 3] , [adres] , [postcode] , [woonplaats] , The Netherlands. [113] [medeverdachte 1] heeft op 10 oktober 2013 aan [A] het bericht gestuurd dat het bedrag van $ 410,- via Western Union op naam van [L] wordt verstuurd [114] en [A] heeft aan [medeverdachte 1] het bericht gestuurd dat hij de instructies heeft opgevolgd [115] . Op 19 oktober 2013 heeft [medeverdachte 1] het bericht aan [A] gestuurd dat hij het pakket heeft ontvangen en dat hij een bedrag van $ 150,- als commissie zal sturen via Western Union met als afzender [medeverdachte 3] . [116] Op 23 oktober 2013 heeft [medeverdachte 1] aan [A] het bericht gestuurd dat hij nog meer interessante voorwerpen op internet heeft gezien en vraagt aan [A] of hij ze wil bestellen en de pakketjes verspreid over meerdere dagen wil sturen, net als de vorige keer. [117] [medeverdachte 1] heeft daarvoor een bedrag van $ 1500,- via Western Union opgestuurd met als afzender [medeverdachte 3] . [118]
[website]drie voorwerpen kan uitzoeken. [120] Op 11 januari 2015 heeft [medeverdachte 1] aan [A] het bericht gestuurd dat hij via Western Union een bedrag van $ 1320,- heeft gestuurd op naam van [B] . [121]
[medeverdachte 1] : Zoals ik al heb gezegd: Van die veertien die ik er heb opgestuurd heb ik er nu maar vier stuks. Ja, dus wat ik bedoel te zeggen? Als ie vrouw het maandag ophaalt, heb ik er zes. Maar dan nog heb ik er minder dan de helft. [151]
[verdachte] : achttienduizend