Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 april 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
1 maart 2015 wordt een algemene voorziening toegekend voor hulp bij het huishouden van
4 uur en 45 minuten per week en een maatwerkvoorziening voor maaltijdverzorging van 2 uur en 20 minuten per week. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Bij beslissing op bezwaar van 31 maart 2015 heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, in zoverre dat een algemene voorziening voor hulp bij het huishouden van 5 uur en 15 minuten wordt toegekend en dat tot 1 maart 2015 een maatwerkvoorziening voor de maaltijdvoorziening van 2 uur en 20 minuten wordt toegekend. Eiseres heeft hiertegen geen rechtsmiddel ingediend.
1 augustus 2016 tot en met 31 december 2017. Dit besluit is gebaseerd op de Tijdelijke regeling voor schoonmaakondersteuning die vanaf 1 augustus 2016 van kracht is. Bij besluit van 6 februari 2017 heeft verweerder aan eiseres vanwege de vaststelling van nieuw beleid een maatwerkvoorziening toegekend voor hulp bij het huishouden van 5 uur en 15 minuten per week in de vorm van een pgb met ingang van 1 februari 2017 tot en met 31 december 2017. Dit besluit is gebaseerd op de met ingang van 1 januari 2017 aangepaste Verordening.
(ECLI: NL:CRVB:2015:4262) en 27 januari 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:430) heeft geoordeeld dat een college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 1:3, vierde lid, van de Awb bevoegd is om ter invulling van het begrip schoon en leefbaar huis beleidsregels vast te stellen. Deze regels mogen echter niet willekeurig zijn en dienen, gelet op de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb, op objectieve criteria, steunend op deugdelijk onderzoek te berusten. Uit de uitspaak van de CRvB van 18 mei 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:1402) volgt dat het beleid op objectief, door onafhankelijke, geen belang bij de uitkomst hebbende, derden te verrichten onderzoek dient te berusten.
6 juli 2016 blijkt evenmin op welke wijze onderzoek heeft plaatsgevonden naar de (verlaagde) normtijden en waarop MO-zaak zijn conclusies baseert. Verweerder heeft zich ter onderbouwing van het bestreden besluit daarom niet kunnen baseren op de normtijden zoals neergelegd in de Beleidsregels. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen voor zover dat ziet op de toekenning van hulp bij het huishouden ter zake van licht en zwaar huishoudelijk werk en wasverzorging, wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.
9 december 2009 werd gehanteerd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de gestelde indicatie voor hulp bij het huishouden;
mr. G.P. Loman, leden, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2017.