Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek
Rechtbank Midden-Nederland
NCOI vordert betaling van annuleringskosten van een student die zich had ingeschreven voor een cursus maar deze niet is gaan volgen. De student stelt dat de studieovereenkomst moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht, die te allen tijde opzegbaar is tegen een vergoeding van redelijk loon. De kantonrechter beoordeelt dat de studieovereenkomst inderdaad voldoet aan de wettelijke definitie van een overeenkomst van opdracht, omdat het gaat om het verrichten van werkzaamheden in de vorm van het geven van onderwijs, zonder dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat op grond van dwingend recht de student de overeenkomst te allen tijde kan opzeggen zonder schadevergoeding te hoeven betalen. Het annuleringsbeding in de algemene voorwaarden, dat 25% annuleringskosten voorschrijft, is daarom in strijd met de wet en vernietigbaar. De student heeft dit beding buitengerechtelijk vernietigd, waardoor NCOI geen aanspraak kan maken op de annuleringskosten.
De vraag of de algemene voorwaarden kenbaar waren en of het annuleringsbeding onredelijk bezwarend is, blijft onbesproken omdat dit niet tot een andere uitkomst leidt. De vordering van NCOI wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van NCOI tot betaling van annuleringskosten wordt afgewezen omdat de studieovereenkomst opzegbaar is als overeenkomst van opdracht.