Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 september 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
10. In accordance with article 7 (4) of the Optional Protocol, the State party shall give due consideration to the views of the Committee, together with its recommendations, and
shall submit tot the Committee, within six months, a written response, including any information on any action taken thereon. The State party is also requested to publish the Committee’s views and recommendations and to have them widely disseminated in order to reach all relevant sectors of society.”
Subsidiair bepleit eiseres dat verweerder in strijd handelt met het gelijkheidsbeginsel nu hij aan een andere vrouwelijke zelfstandige naar aanleiding van de oordelen van het CEDAW wel een zwangerschaps- en bevallingsuitkering heeft toegekend. Ten slotte heeft eiseres bepleit dat verweerder in strijd handelt met haar door artikel 1 van Pro het Eerste Protocol (EP) behorende bij het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) beschermde eigendomsrecht door een einde te maken aan een aan eiseres toekomende aanspraak zonder dat voor eiseres een overgangsmaatregel of vangnet is getroffen.
Het standpunt van verweerder dat hij wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag niet de bevoegdheid heeft om aan eiseres een uitkering wegens zwangerschap en bevalling toe te kennen is naar het oordeel van de rechtbank dan ook onjuist. Op grond van artikel 94 van Pro de Grondwet dient artikel VI, eerste lid, van de Wet ZEZ immers jegens eiseres wegens onverenigbaarheid met artikel 11, tweede lid, onder b, van het VN-vrouwenverdrag buiten toepassing te worden gelaten.
Hoewel de rechtbank op basis van artikel 8:41a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gehouden is om het geschil zoveel mogelijk definitief te beslechten, kiest zij gezien het principiële karakter van deze zaak niet voor een tussenuitspraak. De rechtbank zal daarom met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onder b, van de Awb verweerder opdragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres, met in achtneming van deze uitspraak.