ECLI:NL:RBMAA:2012:BY4016
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- S.H.S. Ayre
- D.H.J. Laeven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sluiting woonboten wegens handel in softdrugs volgens Opiumwet
Verzoekers, bewoners van woonboten in Maastricht, werden geconfronteerd met besluiten tot sluiting van hun woonboten voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden hennep, op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Zij maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat woonboten als woningen in de zin van de Opiumwet moeten worden beschouwd, mede omdat zij in de gemeentelijke basisadministratie zijn ingeschreven en feitelijk in de gemeente Maastricht liggen. De aanwezigheid van handelshoeveelheden softdrugs in de woonboten en bijbehorende schuren gaf de burgemeester de bevoegdheid tot sluiting.
Het toegepaste beleid, dat bij de eerste overtreding sluiting van drie maanden voorschrijft zonder waarschuwing, werd niet als kennelijk onredelijk of disproportioneel beoordeeld. De rechter verwees naar de noodzaak om de openbare orde, veiligheid en het woonklimaat te beschermen, en achtte de inmenging in het privéleven gerechtvaardigd volgens artikel 8 EVRM Pro.
Verzoekers konden geen bijzondere omstandigheden aanvoeren die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Ook het betoog dat de sluiting leedtoevoegend zou zijn, werd verworpen. De voorzieningenrechter wees het verzoek tot voorlopige voorziening af en bevestigde de rechtmatigheid van de bestuursdwangsluiting.
Uitkomst: De verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening worden afgewezen en de bestuursdwangsluitingen bevestigd.