ECLI:NL:RBMAA:2012:BW7342
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging uithuisplaatsing en aanwijzing contactregeling minderjarige
De vader verzocht de schriftelijke aanwijzing van de stichting tot bezoekregeling voor zijn minderjarige zoon vervallen te verklaren en tevens om een omgangsregeling vast te stellen. De stichting had eerder besloten de uithuisplaatsing van de minderjarige te beëindigen en hem bij de moeder thuis te plaatsen. De vader maakte bezwaar tegen dit besluit, omdat hij niet tijdig bij de besluitvorming was betrokken en de motivering ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot beëindiging van de uithuisplaatsing een publiekrechtelijke rechtshandeling betreft waartegen de vader zich kan verzetten. De stichting had nagelaten het besluit schriftelijk bekend te maken en de belangen van de vader onvoldoende meegewogen. Ook was onvoldoende aangetoond dat de thuisplaatsing in het belang van de minderjarige was.
Daarom werd het besluit tot beëindiging van de uithuisplaatsing vernietigd. De rechtbank verzocht de Raad voor de Kinderbescherming met spoed te onderzoeken welke contactregeling tussen de minderjarige en zijn ouders in zijn belang is en of thuisplaatsing bij de moeder passend is. De beslissing over de contactregeling werd aangehouden in afwachting van dit advies.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de uithuisplaatsing van de minderjarige wordt vernietigd en een onderzoek naar een passende contactregeling wordt bevolen.