ECLI:NL:RBLIM:2026:4240
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep inzake inzage persoonsgegevens in Fraude Signalering Voorziening en schadevergoeding termijnoverschrijding
Eiser verzocht de minister van Financiën om inzage in zijn persoonsgegevens die zijn opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) en wilde weten met wie deze gegevens zijn gedeeld. De minister wees het verzoek deels af, waarna eiser bezwaar maakte. De rechtbank oordeelde dat eiser geen recht heeft op de gevraagde screenprints van zijn FSV-registratie, omdat deze geen stukken zijn die op de zaak betrekking hebben volgens artikel 8:42 van Pro de Awb en de AVG.
Eiser stelde dat de minister onvolledig inzage had gegeven en dat gegevens onrechtmatig met derden waren gedeeld. De rechtbank vond echter geen concrete aanwijzingen dat persoonsgegevens van eiser met andere instanties waren gedeeld en verwierp deze stellingen. Ook het beroep op discriminatie en profilering faalde omdat eiser het standpunt van de minister niet gemotiveerd bestreed.
Daarnaast verzocht eiser om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor uitspraak. De rechtbank stelde vast dat de termijn van meer dan twee jaar was overschreden en kende een vergoeding van € 2.500,- toe, te betalen door de Staat der Nederlanden. Tevens werd een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend voor het schadevergoedingsverzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt toegewezen.