Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 september 2025 in de zaken tussen
[eiseres 2]en
[eiser], uit [woonplaats] , eisers
het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg, verweerder
Procesverloop
(Totstandkoming van de) besluiten
- De overtreding van artikel 6.2, eerste lid van de Waterwet te beëindigen en beëindigd te houden. Dit kunt u doen door de reeds aanwezige meststoffen uit het oppervlaktewaterlichaam genaamd de Rosveldlossing te verwijderen en geen nieuwe (mest)stoffen in het oppervlaktelichaam te lozen. U kunt de meststoffen uit de Rosveldlossing verwijderen door de ophoping van meststoffen ter hoogte van de retentiebekken en de stuw op 1 kilometer stroomafwaarts in de Rosveldlossing te verwijderen. Het gaat specifiek over het onderdeel Rosveldlossing vanaf de instroming met Rakerlossing tot aan de stuw, waar de verontreiniging niet verholpen is. Het betreft een traject van ongeveer één kilometer en in totaal circa 965 m³ slib dat verwijderd moet worden;
- De overtreding van artikel 6.8 van de Waterwet te beëindigen en beëindigd te houden. Dit kunt u doen door geen handelingen te verrichten of na te laten waardoor u weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat hierdoor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam kan worden verontreinigd of aangetast en de gevolgen van de verontreiniging of aantasting te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. U kunt de gevolgen van de verontreiniging ongedaan maken door de ophoping van de meststoffen ter hoogte van de retentiebekken en de stuw op 1 kilometer stroomafwaarts in de Rosveldlossing te verwijderen. Het gaat specifiek over het onderdeel Rosveldlossing vanaf de instroming met Rakerlossing tot aan de stuw, waar de verontreiniging niet verholpen is. Het betreft een traject van ongeveer één kilometer en in totaal circa 965 m³ slib dat verwijderd moet worden.
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
rechtbank: bedoeld zal zijn de last onder bestuursdwang) evenredig is aan de mate van vervuiling als gevolg van de mestlozing. Een evenredigheidstoets zou daarentegen wel kunnen leiden tot een bepaalde verdeelsleutel wat betreft de kosten van sanering. Die toets kan volgens de bezwarencommissie echter pas aan de orde zijn bij het nemen van het invorderingsbesluit [9] . Daarbij kan alsdan rekening gehouden worden met de normale frequentie en kosten van het baggeren van de primaire watergang.