Uitspraak
19 mei 1999.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of de curator van een failliete moedervennootschap bevoegd is om namens deze vennootschap een enquête te verzoeken over het beleid en de gang van zaken van haar failliete Nederlandse dochtervennootschappen. De Ondernemingskamer had het verzoek van de curator om een enquête te gelasten toegewezen, maar de moedervennootschap stelde zich op het standpunt dat zij niet ontvankelijk was in het beroep omdat alleen de curator haar in een enquêteprocedure kan vertegenwoordigen.
De Hoge Raad overwoog dat het faillissement van de moedervennootschap niet heeft geleid tot het verlies van haar handelings- en vertegenwoordigingsbevoegdheid door het bestuur. De curator is weliswaar bevoegd over het failliete vermogen te beschikken, maar dit sluit niet uit dat de moedervennootschap zich kan verzetten tegen een vermeende bevoegdheidoverschrijding door de curator. Tevens werd bevestigd dat de aandelen in de dochtervennootschappen deel uitmaken van het failliete vermogen en dat het verzoek om een enquête een daad is met betrekking tot een vermogensbestanddeel.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de vereiste kennisgeving van bezwaren als bedoeld in artikel 2:349 BW Pro na faillissement kan worden gedaan aan de curator in plaats van aan het bestuur en de raad van commissarissen van de failliete vennootschap. Dit is in overeenstemming met de doelstelling van de wet, omdat alleen de curator na faillissement over de benodigde middelen en bevoegdheden beschikt om maatregelen te nemen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de moedervennootschap en bevestigde daarmee de bevoegdheid van de curator om namens de moedervennootschap een enquête te verzoeken over de dochtervennootschappen. Tevens werd duidelijk gemaakt dat het bestuur van de failliete vennootschappen bevoegd blijft tot vertegenwoordiging in de enquêteprocedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moedervennootschap wordt verworpen; de curator is bevoegd een enquête te verzoeken over de dochtervennootschappen.