ECLI:NL:RBLIM:2025:3613
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen oplegging lichte educatieve maatregel door CBR wegens snelheidsovertreding
Eiser is door het CBR een lichte educatieve maatregel opgelegd omdat hij op 10 september 2023 met een gecorrigeerde snelheid van 125 kilometer per uur reed op een weg waar een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur gold. De snelheid werd gemeten door een verbalisant met een geijkte boordsnelheidsmeter vanaf een politiemotor. Eiser betwist de meting en stelt dat deze ongeldig is omdat de meting begon vóór het verkeersbord met de snelheidslimiet en dat er fouten in het proces-verbaal staan.
De rechtbank benadrukt dat voor het opleggen van de maatregel slechts een vermoeden van ongeschiktheid vereist is en dat het CBR mag uitgaan van een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de meting onjuist is. De snelheidsovertreding vond over het merendeel van de afstand ná het verkeersbord plaats en de meting voldoet aan de minimale meetafstanden.
Ook de argumenten over de hectometerpaaltjes en de vermeende fouten in het proces-verbaal worden verworpen. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het CBR terecht de maatregel heeft opgelegd. Het beroep wordt afgewezen en eiser krijgt geen vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de lichte educatieve maatregel door het CBR wordt ongegrond verklaard.