ECLI:NL:RVS:2023:4770
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer wegens herhaald onveilig rijgedrag
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 2 november 2021 een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op naar aanleiding van een schriftelijke mededeling van het Openbaar Ministerie waarin werd gesteld dat appellant vermoedelijk niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en geschiktheid. Dit vermoeden was gebaseerd op processen-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, waarin werd vastgesteld dat appellant op 19 september 2021 met een snelheid tot 160 km/u reed op een weg waar 60 km/u is toegestaan en daarbij gevaarlijk rijgedrag vertoonde, zoals het rijden op de weg van het tegenliggend verkeer.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het CBR en de rechtbank Noord-Holland ongegrond werd verklaard. De rechtbank hechtte geloof aan de verklaringen van de verbalisanten en vond dat het proces-verbaal voldoende feitelijk onderbouwd was. Appellant stelde in hoger beroep opnieuw de juistheid van de processen-verbaal ter discussie, maar kon geen nieuwe feiten of argumenten aandragen die het eerdere oordeel zouden ondermijnen.
De Raad van State oordeelde dat het CBR terecht het proces-verbaal als grondslag voor het besluit heeft gebruikt en dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd waarom de waarnemingen onjuist zouden zijn. Ook het argument over een usb-stick met bewijs en algemene verwijzingen naar krantenartikelen over agenten werden verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de oplegging van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer wordt bevestigd.