ECLI:NL:RBLIM:2025:12570
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens schending medewerkingsverplichting en hoofdverblijf
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg op 17 december 2025, is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoekster had een aanvraag voor bijstandsuitkering ingediend op basis van de Participatiewet (PW), maar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek heeft deze aanvraag afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op de schending van de medewerkingsverplichting door verzoekster, die een gesprek met het college vroegtijdig had verlaten, en het feit dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij haar hoofdverblijf had op het opgegeven adres. De voorzieningenrechter oordeelde dat de schending van de medewerkingsverplichting niet automatisch leidde tot de afwijzing van de aanvraag, maar dat verzoekster niet voldoende bewijs had geleverd voor haar hoofdverblijf op het opgegeven adres. De voorzieningenrechter benadrukte dat de bewijslast bij de aanvrager ligt en dat verzoekster niet had aangetoond dat haar persoonlijke leven zich op het opgegeven adres afspeelde. De voorzieningenrechter concludeerde dat het college de aanvraag terecht had afgewezen en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.