Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 februari 2024 in de zaak tussen
Heidehof Pluimvee B.V., te Meerlo, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
als nadere preciseringoverwogen dat:
onderschrijding van) de ‘standaardnormering’ van artikel 3, eerste lid, van de Wgv [13] al geen sprake kan zijn van hinder in de zin van BBT 12, vindt de rechtbank dat dit bij
overschrijding hiervan, zoals in deze zaak aan de orde in de zin van artikel 3, vierde lid, van de Wgv (50% regeling), wel het geval is. Die overbelaste situatie / overschrijding volgt ook uit de desbetreffende tabellen behorende bij de revisievergunning. [14] Het gaat daarbij, zoals verweerder - zie onder 6 - heeft aangegeven, (vooral) om grotere en kleinere overschrijdingen op diverse geurgevoelige objecten in de bebouwde kom, van de daar geldende standaardnorm van 3 OU. Dat volgens eiseres - zie voetnoot 6 - op sommige plaatsen in de bebouwde kom de norm van 6 OU geldt, maakt dat volgens de rechtbank niet anders. Immers niet in geschil is dat voor deze inrichting de norm van 3 OU geldt. De rechtbank volgt derhalve het standpunt van verweerder in dit verband dat BBT 12 hier toepasbaar is. [15] BBT 12 en ook BBT 13 zijn volgens de rechtbank in ieder geval bedoeld om de gestelde standaardnormen van de Wgv te halen, hetgeen bij deze inrichting nog niet (geheel) het geval is. Dat de overschrijding misschien niet zo heel veel is, zoals eiser aangeeft, maakt dat niet anders. Hoe kleiner de overschrijding hoe meer het ook haalbaar zal kunnen zijn om inspanningen te verrichten en (vooral) de norm van 3 OU te halen. Dat de aangevraagde revisievergunning in 2016 op grond van artikel 3, vierde lid, van de Wgv, niet hoefde te worden geweigerd, betekent volgens de rechtbank dus niet dat verweerder die vergunning anno 2021 niet in de zin van met name BBT 12 en ook BBT 13 mocht actualiseren. Deze beroepsgrond van eiseres slaagt niet.
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 1;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te