ECLI:NL:RBLIM:2024:538
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van eigen bijdrage Wet langdurige zorg en vermogensinkomensbijtelling
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde eigen bijdragen voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) over twee periodes in 2022, waarbij zij betwistte dat een percentage van 4% werd gehanteerd voor de vermogensinkomensbijtelling. Zij stelde dat deze bijtelling geen legitiem doel dient en in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod zoals bedoeld in het EVRM, mede verwijzend naar het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021.
De rechtbank oordeelde dat de vermogensinkomensbijtelling losstaat van de vermogensrendementsheffing waar het arrest van de Hoge Raad op ziet, en dat het percentage van 4% in de Wlz een zelfstandige wettelijke grondslag heeft. De berekening van de eigen bijdrage door verweerder was correct en gebaseerd op gegevens van de Belastingdienst. De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en bevestigde dat de eigen bijdrage terecht is vastgesteld.
Daarnaast stelde eiseres dat zij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarprocedure. De rechtbank overwoog dat verweerder op grond van de Awb mocht afzien van een hoorzitting omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen de vaststelling van de eigen bijdragen op grond van de Wlz zijn ongegrond verklaard en de eigen bijdragen blijven ongewijzigd.