ECLI:NL:RBLIM:2023:6001
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden en oplegging boete
Eiseres ontvangt sinds 2016 een WIA-uitkering. Het UWV stelde in 2021 vast dat zij sinds 2018 werkzaamheden verrichtte bij een bedrijf zonder dit te melden, waarna het UWV de uitkering herzag en een bedrag van €2.973,23 terugvorderde. Tevens legde het UWV een boete van €743,31 op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiseres betwistte dit en stelde dat het om vrijwilligerswerk ging, dat zij door psychische klachten niet op de hoogte was van haar meldingsplicht en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd en onevenwichtig was. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de uitkering herzag en terugvorderde omdat de werkzaamheden niet als vrijwilligerswerk konden worden aangemerkt en dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden.
De rechtbank vond geen dringende reden om af te zien van terugvordering en bevestigde de boete. De belangenafweging van het UWV was zorgvuldig, rekening houdend met de financiële situatie van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening, terugvordering van de WIA-uitkering en oplegging van de boete wordt ongegrond verklaard.