ECLI:NL:RBLIM:2023:2040
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf in gemeente Roermond
Eiseres vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van beschermingsbewind vanaf 1 juni 2020 bij de gemeente Roermond. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat haar hoofdverblijf in Roermond was; uit bankafschriften en andere gegevens bleek dat zij vooral in Venlo verbleef en haar uitgaven daar deed.
Eiseres stelde dat zij wel degelijk haar hoofdverblijf in Roermond had en dat zij nagenoeg dagelijks terugkeerde naar haar woning aldaar, ondanks haar depressie en traumabehandeling. De rechtbank overwoog dat het zwaartepunt van haar persoonlijk leven bepalend is en dat de inschrijving in de BRP niet doorslaggevend is. Eiseres had onvoldoende concrete en verifieerbare bewijzen overgelegd om haar stellingen te onderbouwen.
De rechtbank concludeerde dat eiseres haar hoofdverblijf naar alle waarschijnlijkheid in Venlo had en dat zij de aanvraag bijzondere bijstand daarom in die gemeente had moeten indienen. Het beroep werd ongegrond verklaard, de afwijzing gehandhaafd en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand gehandhaafd.