Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Wat ging aan deze procedure vooraf
De conclusie van de rechtbank
Waarover gaat het in deze zaak
Wat vindt eiser
Wat vindt de rechtbank
.De arts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 15 februari 2021 uiteengezet waarom de conclusie van de verzekeringsarts over de belastbaarheid van eiser in stand kan blijven. Zij vindt dat de verzekeringsarts terecht stelt dat eiser benutbare mogelijkheden heeft en dat er geen aanleiding is om verdergaande beperkingen aan te nemen als is gedaan in de FML. De nieuwe verwijzing naar een psycholoog werpt volgens haar geen nieuw licht op de belastbaarheid van eiser op 13 oktober 2020. Ook is er geen aanleiding om een verdergaande urenbeperking aan te nemen, omdat daarvoor geen medische reden is volgens de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid.
.Bovendien zou er in de FML onvoldoende rekening zijn gehouden met de chronische pijnklachten van eiser. Het UWV is volgens eiser onvoldoende ingegaan op het proces van centrale sensitisatie, dat een verklaring geeft voor zijn continue pijnklachten. Eiser heeft een deskundige (bedrijfsarts [naam bedrijfsarts] van Medadvis) ingeschakeld om het onderzoek van het UWV te laten toetsen. [naam bedrijfsarts] vindt dat de verzekeringsartsen onvoldoende aandacht hebben besteed aan de voorgeschiedenis van betrokkene, zoals de eerdere hersenschuddingen en de specifieke ernstige vorm van dyslexie. Ook is er geen rekening gehouden met de gevoelsproblemen en verminderde kracht/coördinatie in de handen van eiser, waardoor zijn schrijven en fijne motorische vaardigheden zijn verminderd. Voor de FML betekent dat volgens [naam bedrijfsarts] dat beperkingen moeten gelden op de items 1.8.2 (voorspelbare werksituatie), 1.8.3 (werksituatie zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen), 1.8.4 (zonder veelvuldige deadlines of productiepieken) en 1.8.5 (werk zonder hoog handelingstempo). Ook moeten er beperkingen worden aangenomen vanwege zijn dyslexie, voor trillingsbelasting, het dragen van zware beschermende middelen, het fijne gevoel in de handen, voor fijn motorische en repetitieve hand/vingerbewegingen, werken met muis en toetsenbord, schroefbewegingen met hand en arm, tillen en dragen, klimmen, staan, staan tijdens werk, geknield of gehurkt actief zijn, gebogen en/of getordeerd actief zijn, het hoofd in een bepaalde stand houden tijdens het werk en boven schouderhoogte actief zijn. Tot slot is volgens [naam bedrijfsarts] een verdergaande urenbeperking geïndiceerd. Eiser stelt dat het UWV de door [naam bedrijfsarts] voorgestelde beperkingen moet overnemen, omdat [naam bedrijfsarts] wel een spreekuurcontact heeft gehouden met eiser en de arts bezwaar en beroep niet. Als de voorstellen van [naam bedrijfsarts] niet overgenomen worden, dient een onafhankelijke deskundige te worden benoemd.
vermoedelijkaanneemt dat dat ten grondslag ligt aan deze klachten. De rechtbank kan deze motivering volgen.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit II gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II, voor zover het betreft de datum waarop de WGA-loonaanvullingsuitkering eindigt;
- herroept het primaire besluit, voor zover daarbij is beslist dat eisers WGA-loonaanvullingsuitkering per 1 november 2022 zal eindigen en bepaalt dat de WGA-loonaanvullingsuitkering bij ongewijzigde omstandigheden pas op 1 april 2023 zal eindigen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit II;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-.
.