ECLI:NL:RBLIM:2022:2376
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op faillissementsuitkering bij turboliquidatie gevolgd door faillissement
In deze bestuursrechtelijke zaak staat het recht van eiseres op een faillissementsuitkering op grond van Hoofdstuk IV van de WW centraal. De kernvraag is op welke datum de dienstbetrekking van eiseres is geëindigd: de datum van turboliquidatie (29 april 2020) of de datum van opzegging na het faillissement (1 juli 2020).
Eiseres was werkzaam bij Top Balance Heerlen B.V. met een parttime dienstverband. De B.V. werd ontbonden via turboliquidatie, geregistreerd op 29 april 2020, waarna faillissement werd aangevraagd en uitgesproken op 30 juni 2020. De curator zegde het dienstverband op 1 juli 2020 op. Verweerder hanteerde de turboliquidatiedatum als peildatum voor de uitkering, terwijl eiseres stelde dat het faillissementsvonnis een nieuw rechtsfeit (novum) is dat de peildatum verschuift.
De rechtbank oordeelt dat het faillissementsvonnis inderdaad een novum vormt, omdat uit het vonnis blijkt dat de ontbonden vennootschap nog een potentiële bate had en dat de vennootschap voortbestaat voor de vereffening van het vermogen. De turboliquidatie betekent niet dat de vennootschap niet meer kan bestaan voor de afwikkeling van het faillissement. Hierdoor moet de peildatum worden vastgesteld op 1 juli 2020, de datum van opzegging door de curator.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van verweerder en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de peildatum voor de faillissementsuitkering 1 juli 2020 is en vernietigt het bestreden besluit.