Uitspraak
RECHTBANK limburg
[verzoekster]
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Verzoekster ontvangt sinds 2017 een bijstandsuitkering als alleenstaande en staat ingeschreven op een adres in Nederland. Verweerder heeft op basis van een onderzoek van de sociale recherche vastgesteld dat verzoekster een gezamenlijke huishouding voert met haar partner, die erkend is als vader van een van haar kinderen, en dit niet heeft gemeld. Tevens werd hennep en contant geld aangetroffen in haar woning, wat ook niet is gemeld.
Verweerder heeft daarom de uitkering ingetrokken met ingang van 18 september 2019 wegens schending van de inlichtingenplicht op grond van artikel 54, derde lid, van de Participatiewet. Verzoekster betwist het bestaan van een gezamenlijke huishouding en de bevoegdheid van de clusterleider om het besluit te nemen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de clusterleider bevoegd was en dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de partner zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft, waardoor een onweerlegbaar bewijsvermoeden van gezamenlijke huishouding geldt. Verzoekster heeft de inlichtingenplicht geschonden door dit niet te melden, waardoor het besluit tot intrekking terecht is genomen.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.