ECLI:NL:RBLIM:2016:4229

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 mei 2016
Publicatiedatum
19 mei 2016
Zaaknummer
AWB-15_2648u
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.P.M. Zweipfenning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 75 Flora- en faunawet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid bezwaar hengelsportvereniging bij afwijzing ontheffing Flora- en faunawet

Eiseres, een hengelsportvereniging die het visrecht huurt van Staatsbosbeheer, maakte bezwaar tegen het afwijzend besluit van verweerder op een aanvraag om ontheffing ex artikel 75 Flora Pro- en faunawet voor het tijdelijk verlagen van een beverdam. De rechtbank toetste ambtshalve of eiseres rechtstreeks belang had bij het besluit.

De rechtbank oordeelde dat eiseres slechts een afgeleid belang heeft via haar contractuele relatie met Staatsbosbeheer en daarmee niet voldoet aan de eis van rechtstreekse betrokkenheid zoals vereist in artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit leidde tot de conclusie dat het bezwaar niet-ontvankelijk is.

Omdat verweerder het ontvankelijkheidsbeletsel niet had onderkend, verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde de bestreden besluiten. Het bezwaar van eiseres werd voorziend alsnog niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank bepaalde tevens dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiseres moet vergoeden en veroordeelde verweerder in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens afgeleid belang.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 15/2648

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

4 mei 2016 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. F.J. Boonstra),
en

de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. W.L.C. Rijk).

Procesverloop

Bij besluit van 5 december 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder een aanvraag van Staatsbosbeheer om ontheffing als bedoeld in artikel 75 van Pro de Flora- en faunawet (Ffw) afgewezen.
Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 17 juli 2015 (bestreden besluit I) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres heeft tegen het besluit van 17 juli 2015 beroep ingesteld.
Bij besluit van 8 december 2015 (bestreden besluit II) heeft verweerder het besluit van 17 juli 2015 herzien en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Het beroep tegen het besluit van 17 juli 2015 wordt geacht mede te zijn gericht tegen het bestreden besluit II.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2016.
Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en door [naam 1]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 8 december 2015;
  • vernietigt het bestreden besluit van 17 juli 2015;
  • verklaart het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de besluiten van 8 december 2015 en 17 juli 2015;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331,- aan eiseres te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 992,- (1 punt voor het indienen van de nadere memorie - A19 - en 1 punt voor het verschijnen ter zitting).

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiseres huurt van Staatsbosbeheer het visrecht op het [naam 2]. Door de bouw van een beverdam is het waterpeil in het [naam 2] gestegen. Daardoor zijn de door eiseres aangebrachte vissteigers in het [naam 2] onder water komen te staan en niet meer bruikbaar. De leden van eiseres kunnen daardoor niet meer vissen in het [naam 2]. Bevissing vanaf de kant is namelijk niet mogelijk.
Staatsbosbeheer heeft daarom op 30 juni 2014 aan verweerder een ontheffing ex artikel 75 van Pro de Ffw gevraagd voor het tijdelijk verlagen van de beverdam, zodat het water in het [naam 2] zal dalen en de vissteigers weer gebruikt kunnen worden.
Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag om ontheffing afgewezen. Bij het besluit van 17 juli 2015 heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 8 december 2015 heeft verweerder de bezwaren alsnog ongegrond verklaard. Eiseres heeft ter zitting aangegeven dat het beroep is ingesteld in de hoedanigheid van gebruiker van het viswater.
De rechtbank heeft partijen ter zitting voorgehouden dat eerst ambtshalve zal moeten worden getoetst of aan de vereisten van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt voldaan. De rechtbank stelt vast dat, ongeacht wat in het derde lid van artikel 1:2 Awb Pro is bepaald omtrent de belanghebbendheid van rechtspersonen, de eis van rechtstreekse betrokkenheid bij een besluit evenzeer heeft te gelden (memorie van toelichting bij de Awb, PG Awb I, blz. 149). Hieraan wordt naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan nu het afwijzende primaire besluit slechts gevolgen kan hebben voor eiseres via haar contractuele relatie met Staatsbosbeheer. Hierdoor is sprake van een afgeleid belang en niet van een (vereist) rechtstreeks belang. De rechtbank verwijst in dit kader nog naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 1 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ8711, 7 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP8256 en 27 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY7320.
Verweerder heeft het bestaan van een ontvankelijkheidsbeletsel niet onderkend, om reden waarvan het beroep voor gegrondverklaring in aanmerking komt, de bestreden besluiten moeten worden vernietigd en het bezwaar van eiseres zelf voorziend alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard, op de wijze zoals in het dictum is aangegeven.

Rechtsmiddel

De rechtbank wijst erop dat binnen zes weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal tegen de uitspraak hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Waarvan door de griffier is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de rechter en de griffier is ondertekend.
mr. A.G.P.M. Zweipfenning mr.drs. E.J. Govaers
(griffier) (rechter)
Afschrift verzonden aan partijen op: 13 mei 2016