Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2015 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
die voortkomen uit de toepassing van het tweede of derde lid van dit artikel. In het geval van eiser is er naar het oordeel van de rechtbank wellicht wel sprake van een onbillijkheid van overwegende aard, maar volgt deze niet uit de matchingsprocedure en de toekenning van een LFNP-functie. In de onderhavige procedure gaat het enkel om de ‘omzetting’ van functies, terwijl de door eiser gestelde onbillijkheid volgt uit het nalaten van verweerder eiser formeel aan te stellen in een functie die hij reeds jaren op waarnemingsbasis vervult. In tegenstelling tot de situatie in de door eiser genoemde uitspraak van de Raad van 25 juli 2013, volgt uit de matchingsprocedure nog geen impliciete weigering eiser te benoemen in de door hem uitgeoefende functie. Zodoende kan de gestelde onbillijkheid in de onderhavige procedure geen rol spelen.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2015.