ECLI:NL:RBLEE:2012:BX9990
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.Th.M. Zwart-Sneek
- Rechtspraak.nl
Rechtsverhouding en omvang borgtocht bij kredietovereenkomst met vennootschappen
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en een gedaagde die als bestuurder en aandeelhouder borg stond voor kredieten aan verschillende vennootschappen. ABN AMRO vordert betaling van een hoofdsom van EUR 82.926,80 plus contractuele rente en proceskosten, stellende dat de gedaagde hoofdelijk aansprakelijk is. De gedaagde betwist dit en stelt dat sprake is van een borgtocht en niet van hoofdelijke aansprakelijkheid.
De rechtbank onderzoekt de aard van de rechtsverhouding en stelt vast dat de borgtocht is aangegaan als zekerheid voor de vennootschappen, niet als hoofdelijke aansprakelijkheid. De borgtocht betreft een professionele borgtocht, omdat het krediet werd verstrekt ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschappen, ondanks hun slechte financiële positie.
De omvang van de borgtocht wordt beperkt tot het bedrag van de kredietfaciliteit van EUR 50.000, vermeerderd met de contractuele rente. De rechtbank wijst de vordering van ABN AMRO toe tot dat bedrag en veroordeelt de gedaagde tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van EUR 50.000 plus contractuele rente en proceskosten, met afwijzing van het meerdere.