Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 10 december 2018
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
“ - Hoofdelijke mede-aansprakelijkheid van
[X] ”
c. of op het moment van opnemen van bedragen in januari 2010 uit de rekening-courantfaciliteit de hoofdelijke aansprakelijkheid/borgstelling onzakelijk is geworden en
“Voor de vraag of sprake is van hoofdelijkheid of borgtocht is niet de verhouding tussen de
borg en de hoofdschuldenaar beslissend, maar wat de schuldeiser daarvan ten tijde van het
aangaan van de overeenkomst afwist. De bewoordingen waarmee iemand zich jegens de
schuldeiser verbindt zijn daarbij niet doorslaggevend. Ook als iemand verklaart zich te
verbinden als hoofdelijk schuldenaar, maar de schuldeiser weet bij het aangaan van de
overeenkomst dat de schuld diegene niet aangaat zodat diegene niet draagplichtig is, moet de
overeenkomst worden gekwalificeerd als borgtocht.”
Beslissing
mr. J.J. Westerbaan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Roosma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 10 december 2018
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;