ECLI:NL:RBLEE:2012:BW0236
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen wegens niet-voortvarendheid Belastingdienst bij buitenlandse bankrekeningen
De zaak betreft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1996 tot en met 2002, opgelegd aan eiser wegens niet aangegeven buitenlandse bankrekeningen bij onder meer Kredietbank Luxembourg en Crédit Lyonnais Luxembourg. Eiser betwist de rechtmatigheid van de aanslagen, verhogingen en boetes, stellende dat de Belastingdienst niet voortvarend heeft gehandeld en daardoor onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR.
De rechtbank stelt vast dat de Belastingdienst na ontvangst van relevante informatie over de buitenlandse rekeningen ruim acht maanden heeft stilgezeten zonder relevante activiteiten te verrichten, wat in strijd is met het vereiste van voortvarendheid. Ook na bekendheid met de bankrekening bij Crédit Lyonnais Luxembourg heeft de Belastingdienst tussen november 2007 en april 2008 en tussen juni 2008 en december 2008 onnodig lang gewacht met het opleggen van de aanslagen.
Op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad over het evenredigheidsbeginsel en redelijke termijn vernietigt de rechtbank de navorderingsaanslagen, boetes, verhogingen en heffingsrente. Tevens veroordeelt zij de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten en kent zij een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar. De uitspraak vervangt de vernietigde besluiten.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen, boetes en verhogingen worden vernietigd wegens niet-voortvarendheid van de Belastingdienst, met toekenning van proceskosten en immateriële schadevergoeding aan eiser.