ECLI:NL:RBLEE:2010:BO9295
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.G. Wijtsma
- F.F. van Emst
- Rechtspraak.nl
Toevoegingsaanvragen ten onrechte afgewezen wegens onduidelijkheid over aanzegging legesbetaling als besluit
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de raad tot afwijzing van hun toevoegingsaanvragen voor rechtsbijstand in zaken over aanzeggingen tot betaling van leges. De raad wees de aanvragen af omdat volgens hem geen sprake was van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, waardoor bezwaar en beroep niet ontvankelijk zouden zijn.
De rechtbank overweegt dat op het moment van het instellen van de (hoger) beroepen nog geen duidelijke en vaste jurisprudentie bestond over de vraag of een aanzegging tot betaling van leges een besluit is. De eerste uitspraak van de ABRvS hierover dateert van na het instellen van de beroepen. Jurisprudentie was tegenstrijdig, waardoor redelijkerwijs twijfel bestond.
De rechtbank oordeelt dat de raad de toevoegingsaanvragen ten onrechte heeft afgewezen wegens het ontbreken van een voldoende grond. De beroepen zijn gegrond en de bestreden besluiten worden vernietigd. De raad wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Tevens worden de proceskosten aan eisers toegewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van een marginaal toetsingskader bij de beoordeling van volstrekt ontoereikende gronden en bevestigt dat rechtsbijstand niet mag worden geweigerd als er redelijke twijfel bestaat over de ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: De beroepen zijn gegrond verklaard en de bestreden besluiten tot afwijzing van toevoegingsaanvragen worden vernietigd.