ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3030
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging legesheffing bij aanvraag EG-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wegens ontbreken wettelijke grondslag
Eiseres diende op 14 september 2006 een aanvraag in voor een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen op grond van Richtlijn 2003/109/EG. Verweerder verzocht haar vervolgens om leges te betalen voor de aanvraag. Eiseres maakte bezwaar tegen de legesheffing en het uitblijven van een beslissing. De rechtbank stelde vast dat de Richtlijn op het moment van aanvraag nog niet was geïmplementeerd in de nationale wetgeving, waardoor er geen wettelijke grondslag bestond voor het heffen van leges.
De rechtbank oordeelde dat de brief waarin om betaling van leges werd gevraagd een besluit in de zin van de Awb is. Hoewel de Richtlijn inhoudelijk onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is, bevat deze geen bepalingen over legesheffing, noch een verbod daarop. De bevoegdheid tot legesheffing is overgelaten aan de lidstaten, maar op het moment van de aanvraag was er geen nationale wettelijke basis voor het heffen van leges.
Verweerder baseerde de legesheffing op beleidsregels en niet op wetgeving, wat niet toelaatbaar is. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit tot legesheffing en beval een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot heffing van leges voor de aanvraag EG-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wordt vernietigd wegens ontbreken van wettelijke grondslag.